maandag 13 februari 2012

Toepassingskaart 1: Zelfanalyse 2x

Toepassingskaart 1: Zelfanalyse. 5 december 2011.

1. Beschrijf welke invloeden en achtergronden jou hebben gevormd tot de persoon die je nu bent. Denk aan identiteitsbepalende factoren als je opvoeding, culturele positie, sociaal-economische positie, politieke voorkeur, etc.

Natuurlijk heeft een groot deel van mijn opvoeding mij gevormd tot de persoon die ik nu ben. Ik heb veel normen en waarden van mijn ouders meegekregen. Wat betreft cultuur.. Dingen als sinterklaas en kerst horen bijvoorbeeld wel bij onze cultuur en dit vind ik dan ook leuke feestdagen. Qua politieke voorkeur heb ik niet echt iets wat mij gevormd heeft tot de persoon die ik nu ben.

2. Met welke sociale groep (of groepen) identificeer je je momenteel het meest? (bijv. familie, leeftijdsgenoten uit de wijk waar je woont, studentenvereniging, uitgaans-scene, hockeyteam, etc.)

Familie en vriend(inn)en.

3. Welke voor jou geldende specifieke achtergronden (zie vraag 1) zouden - denk je - van invloed kunnen zijn op jouw lesgeven?

Ik denk niet zo bijzonder veel specifieke dingen. Natuurlijk geef je er je eigen draai aan door hoe je zelf in elkaar zit. Wel zijn er bepaalde normen en waarden die ik belangrijk vind die je erin terug zult vinden(zoals respect hebben voor elkaar bijvoorbeeld).

4. In hoeverre kan je jouw pedagogisch-didactisch handelen beschouwen als transcultureel?

a. Heb je een open leefhouding waarbij je andere waarden en normen niet alleen respecteert, maar ook accepteert?

Ik heb denk ik zeker een open leefhouding en accepteer en respecteer andere normen aan waarden vaak zeker wel. Ik sta zeker open voor normen en waarden die bij andere culturen horen. Kinderen moeten deze normen en waarden ook mee kunnen nemen binnen de klas, maar er zijn wel grenzen. Als je met heel veel verschillende culturen te maken hebt moet je daar wel duidelijk een grens in stellen vind ik. Maar wanneer je met zijn allen regels opstelt die binnen die normen en waarden vallen denk ik dat je al een heel eind komt.

b. Ben je in staat cultuurverschillen te overbruggen?

Ja, daar ben ik toe in staat. Ik wil dat kinderen zich veilig voelen binnen de klas en dat kan alleen als zij elkaar accepteren. Wanneer dit niet gebeurt kun je hen meer over elkaars culturen laten vertellen zodat zij dit van elkaar meer gaan begrijpen.

c. In hoeverre ben je in staat leerlingen te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming?

Ik denk dat dit wel wat lastiger zal zijn wanneer het een andere cultuur is, maar als ik leerlingen in mijn klas zou hebben met andere culturen zou ik mij hier zeker in gaan verdiepen.

5. Denk je dat je een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de basisschool? Zo ja, hoe dan?

Ik vind het erg belangrijk dat kinderen goed om kunnen gaan met verschillen tussen mensen. Er moet geen verschil zijn tussen allochtonen en autochtonen. Dit kun je in het onderwijs al in heel kleine dingen naar voren laten komen: iedereen is sowieso verschillend, veel hebben een andere lengte en dit kan veranderen. Ook een thuissituatie kan erg verschillen; bijvoorbeeld eten, feesten etc. Ook in vergelijking met andere landen. Ook zijn er genoeg liedjes hierover, bijvoorbeeld: ‘wit, zwart, rood en geel’.

6. Hoe ziet jouw visie op de huidige maatschappij er nu uit?

a. Welke uitdagingen in de samenleving zie je?

Alles veranderd continue. Ook zijn alle mensen verschillend. Ik denk dat we daardoor heel veel van elkaar kunnen leren. Maar als we van elkaar willen leren moeten we wel open staan voor elkaar. Als we dit doen kunnen we steeds verder komen.

b. Welke bedreigingen in de samenleving zie je?

Ik zie verschillende bedreigingen als politiek en media bijvoorbeeld. Er wordt om ons heen veel gepraat en er word je van alles wijsgemaakt. We moeten vooral zelf na blijven denken en niet maar alles geloven wat er wordt gezegd. Blijf je eigen mening houden, ook al wordt je aan alle kanten beïnvloedt.

7. Hoe kijk je aan tegen de integratie van allochtone groepen in de samenleving?

Ik heb hier persoonlijk geen moeite mee. Ik sta er altijd voor open maar merk dat dit om mij heen niet altijd gebeurt. En dit is ook wat je terug ziet in de samenleving. Er ontstaan allerlei problemen en ik denk dat die voornamelijk ontstaan doordat wij ons er niet voor open stellen. Natuurlijk moeten zij goed integreren, maar dan moeten wij hen die kans wel geven.

8. Hoe ervaar je andere religies dan de jou goed bekende?

Ik vind andere religies altijd erg interessant en wil hier altijd graag meer over weten. Ik vind het leuk mij hierin te verdiepen en sta er ook open voor.

9. Hoeveel vrienden / kennissen met een andere culturele -en/of buitenlandse achtergrond heb je?

Ik heb een moslimse nicht, haar vader komt uit Egypte. Vroeger weet ik dat ik het echt interessant vond, haar hoofddoek en de Ramadan etc. Tegenwoordig woont zij bij haar moeder en draagt ze geen hoofddoek meer en zie je weinig meer terug van haar geloof.

10. Welke invloed hebben gesprekken met kinderen en ouders met andere culturele achtergronden op jou gehad?

Ik heb niet op een stadsschool stage gelopen en heb dus eigenlijk nooit echt gesprekken gehad met kinderen en/of ouders met een andere cultuur.


Toepassingskaart 1: Zelfanalyse. 1 februari 2012.

1. Beschrijf welke invloeden en achtergronden jou hebben gevormd tot de persoon die je nu bent. Denk aan identiteitsbepalende factoren als je opvoeding, culturele positie, sociaal-economische positie, politieke voorkeur, etc.

Natuurlijk heeft een groot deel van mijn opvoeding mij gevormd tot de persoon die ik nu ben. Ik heb veel normen en waarden van mijn ouders meegekregen. Wat betreft cultuur.. Dingen als sinterklaas en kerst horen bijvoorbeeld wel bij onze cultuur en dit vind ik dan ook leuke feestdagen. Qua politieke voorkeur heb ik niet echt iets wat mij gevormd heeft tot de persoon die ik nu ben.

2. Met welke sociale groep (of groepen) identificeer je je momenteel het meest? (bijv. familie, leeftijdsgenoten uit de wijk waar je woont, studentenvereniging, uitgaans-scene, hockeyteam, etc.)

Familie en vriend(inn)en.

3. Welke voor jou geldende specifieke achtergronden (zie vraag 1) zouden - denk je - van invloed kunnen zijn op jouw lesgeven?

Ik denk niet zo bijzonder veel specifieke dingen. Natuurlijk geef je er je eigen draai aan door hoe je zelf in elkaar zit. Wel zijn er bepaalde normen en waarden die ik belangrijk vind die je erin terug zult vinden(zoals respect hebben voor elkaar bijvoorbeeld).

4. In hoeverre kan je jouw pedagogisch-didactisch handelen beschouwen als transcultureel?

a. Heb je een open leefhouding waarbij je andere waarden en normen niet alleen respecteert, maar ook accepteert?

Ik heb denk ik zeker een open leefhouding en accepteer en respecteer andere normen aan waarden vaak zeker wel. Ik sta zeker open voor normen en waarden die bij andere culturen horen. Kinderen moeten deze normen en waarden ook mee kunnen nemen binnen de klas, maar er zijn wel grenzen. Als je met heel veel verschillende culturen te maken hebt moet je daar wel duidelijk een grens in stellen vind ik. Maar wanneer je met zijn allen regels opstelt die binnen die normen en waarden vallen denk ik dat je al een heel eind komt.

b. Ben je in staat cultuurverschillen te overbruggen?

Ja, daar ben ik toe in staat. Ik wil dat kinderen zich veilig voelen binnen de klas en dat kan alleen als zij elkaar accepteren. Wanneer dit niet gebeurt kun je hen meer over elkaars culturen laten vertellen zodat zij dit van elkaar meer gaan begrijpen.

c. In hoeverre ben je in staat leerlingen te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming?

Ik denk dat dit wel wat lastiger zal zijn wanneer het een andere cultuur is, maar als ik leerlingen in mijn klas zou hebben met andere culturen zou ik mij hier zeker in gaan verdiepen. Door dit thema heb je je al in aardig wat culturen verdiept en sommige dingen zullen zeker blijven hangen. Toch zul je denk ik, als je een leerling in de klas zou krijgen met een andere cultuur, je hier wel weer opnieuw in moeten verdiepen zodat het allemaal weer opgefrist wordt.

5. Denk je dat je een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de basisschool? Zo ja, hoe dan?

Ik vind het erg belangrijk dat kinderen goed om kunnen gaan met verschillen tussen mensen. Er moet geen verschil zijn tussen allochtonen en autochtonen. Dit kun je in het onderwijs al in heel kleine dingen naar voren laten komen: iedereen is sowieso verschillend, veel hebben een andere lengte en dit kan veranderen. Ook een thuissituatie kan erg verschillen; bijvoorbeeld eten, feesten etc. Ook in vergelijking met andere landen. Ook zijn er genoeg liedjes hierover, bijvoorbeeld: ‘wit, zwart, rood en geel’.

6. Hoe ziet jouw visie op de huidige maatschappij er nu uit?

a. Welke uitdagingen in de samenleving zie je?

Alles veranderd continue. Ook zijn alle mensen verschillend. Ik denk dat we daardoor heel veel van elkaar kunnen leren. Maar als we van elkaar willen leren moeten we wel open staan voor elkaar. Als we dit doen kunnen we steeds verder komen.

b. Welke bedreigingen in de samenleving zie je?

Ik zie verschillende bedreigingen als politiek en media bijvoorbeeld. Er wordt om ons heen veel gepraat en er word je van alles wijsgemaakt. We moeten vooral zelf na blijven denken en niet maar alles geloven wat er wordt gezegd. Blijf je eigen mening houden, ook al wordt je aan alle kanten beïnvloedt.

7. Hoe kijk je aan tegen de integratie van allochtone groepen in de samenleving?

Ik heb hier persoonlijk geen moeite mee. Ik sta er altijd voor open maar merk dat dit om mij heen niet altijd gebeurt. En dit is ook wat je terug ziet in de samenleving. Er ontstaan allerlei problemen en ik denk dat die voornamelijk ontstaan doordat wij ons er niet voor open stellen. Natuurlijk moeten zij goed integreren, maar dan moeten wij hen die kans wel geven.

8. Hoe ervaar je andere religies dan de jou goed bekende?

Ik vind andere religies altijd erg interessant en wil hier altijd graag meer over weten. Ik vind het leuk mij hierin te verdiepen en sta er ook open voor.

9. Hoeveel vrienden / kennissen met een andere culturele -en/of buitenlandse achtergrond heb je?

Ik heb een moslimse nicht, haar vader komt uit Egypte. Vroeger weet ik dat ik het echt interessant vond, haar hoofddoek en de Ramadan etc. Tegenwoordig woont zij bij haar moeder en draagt ze geen hoofddoek meer en zie je weinig meer terug van haar geloof.

10. Welke invloed hebben gesprekken met kinderen en ouders met andere culturele achtergronden op jou gehad?

Ik heb niet op een stadsschool stage gelopen en heb dus eigenlijk nooit echt gesprekken gehad met kinderen en/of ouders met een andere cultuur.

Er is voor mij niet zo veel veranderd aan mijn zelfanalyse. Ik stond voor dit thema al open voor andere culturen en zou mijn onderwijs hierop aanpassen etc. Dit thema heeft er niet voor gezorgd dat dit voor mij anders is geworden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen