maandag 13 februari 2012

Toepassingskaart 5: Artikelen en stellingen

Toepassingskaart 5 – Artikelen en stellingen.

‘Hoofddoek mag weer bij vrouwenvoetbal’

Waar gaat dit artikel over?

Sinds 2007 was het verboden een hoofddoek te dragen tijdens het voetballen. De reden hiervoor was dat het onveilig zou zijn omdat meisjes zouden kunnen blijven haken of tegenstanders kunnen aan de stof trekken. FIFA wil het nu toestaan maar vindt wel dat veiligheid het hoofdcriterium moet blijven. De hijab is geen religieuze uiting maar behoort tot een cultuur. En niemand mag volgens culturele gebruiken worden gediscrimineerd, aldus de commissie.

Waarom heb je dit artikel gekozen en wat sprak jou aan?

Ik vond het een opvallend onderwerp. Hoofddoeken zijn vaker punt van discussie geweest maar dat dit zelfs bij voetbal zo was verbaasde mij een beetje. Toen ik de titel las was ik benieuwd wat de reden was voor het verbod.

Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?

Ik vind het goed dat het verbod wordt opgeheven. Het moet gewoon kunnen dat meisjes een hoofddoek dragen, dit hoort nou eenmaal bij hun cultuur. Natuurlijk is veiligheid heel belangrijk maar ik weet zeker dat er een hoofddoek ontwikkeld kan worden die veilig is tijdens voetbal, maar die toch voldoet aan de normen van de cultuur.

Stelling: Vrouwen mogen voetballen met een hoofddoek wanneer deze ‘sportproof’ is.

‘Spreidingsbeleid basisscholen vooralsnog geen succes’

Waar gaat dit artikel over?

De gemeente Nijmegen wilde segregatie tegengaan, zij wilde dus voorkomen dat kinderen van blanke, hoogopgeleide ouders allemaal naar dezelfde populaire school gaan en zwarte scholen in achterstandswijken hierdoor dus steeds verder in de problemen komen. Ouders mochten nu drie voorkeursscholen doorgeven waarna de kinderen op basis van selectie op één van die scholen werden geplaatst. Evaluatie heeft aangetoond dat er weinig draagvlak is voor dit idee.

Waarom heb je dit artikel gekozen en wat sprak jou aan?

Omdat het gaat over basisscholen sprak dit mij aan. Na het lezen van de titel was ik benieuwd naar wat ze precies bedoelde met spreidingsbeleid en waarom dit geen succes was.

Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?

Aan de ene kant is het goed dat ze die spreiding willen maar met de manier waarop ze dat doen ben ik het minder eens. Je kunt ouders niet verplichten om hun kind naar één bepaalde school te doen, dit blijft een vrije keus van de ouders. Je zou het kunnen proberen op een andere manier, bijvoorbeeld door zo’n ‘zwarte school’ aantrekkelijker te maken en dit ook aan ouders te laten zien, dit kan door uitwisselingen tussen een ‘blanke’ en ‘zwarte’ school en door opendagen/promotiedagen.

Stelling: Spreidingsbeleid succesvol maken door het aantrekkelijk maken van zogenoemde ‘zwarte scholen’.

‘Zwarte Piet verbannen bij Sinterklaasfeest in Canada’

Waar gaat dit artikel over?

Zwarte Canadezen hadden geklaagd over Zwarte Pieten, volgens hen is dit een racistisch stereotype en daarom beledigend. Daarom zal het in 2011 voor het eerst sinds 1985 zo zijn dat alleen Sinterklaas aankomt in de haven, zonder Zwarte Pieten. Langelaar(2011).

Waarom heb je dit artikel gekozen en wat sprak jou aan?

Ik vond het een bizarre titel en was erg nieuwsgierig naar de reden.

Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?

Ik als Nederlander vind dat Zwarte Piet natuurlijk gewoon bij het Sinterklaasfeest hoort. Ik vind het ook wel een beetje vreemd dat ze het als iets racistisch of beledigends zien. Het Sinterklaasfeest is voor mij geen Sinterklaasfeest zonder Zwarte Pieten.

Stelling: Zonder Zwarte Pieten geen Sinterklaasfeest.

‘Voorkom segregatie, zet jonge kinderen bij elkaar’

Waar gaat dit artikel over?

Dit artikel gaat over het voorkomen van segregatie tijdens de voorschoolse periode van een kind. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht vinden dat het beter is om jonge kinderen gelijk in een gemengde groep te plaatsen. Hierdoor zouden allochtone kinderen leren van kinderen van hoogopgeleide ouders, en kinderen van hoogopgeleide ouders zouden weer moeten leren van goed opgeleide leidsters.

Waarom heb je dit artikel gekozen en wat sprak jou aan?

Ik was na het lezen van de titel erg benieuwd naar de reden dat je segregatie zou kunnen voorkomen door het bij elkaar zetten van jonge kinderen.

Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?

Ik ben het wel met het artikel eens en denk inderdaad dat het goed is om in de voorschoolse periode van een kind, kinderen al in een gemengde groep te plaatsen. Doordat allochtone kinderen snel naar een voorschool gaan en blanke kinderen naar de kinderopvang krijg je hier al de splitsing ‘zwart’ – ‘wit’. Dit zal hierna alleen nog maar erger worden. Terwijl je, wanneer je jonge kinderen al bij elkaar zet, kinderen juist van elkaar kunt laten leren en men hierdoor ook veel voordelen zal gaan zien.

Stelling: Voorkom segregatie, zet jonge kinderen bij elkaar!

‘Schoolbesturen doen te weinig aan segregatie’

Waar gaat dit artikel over?

Het grootste deel van de schoolbesturen wil segregatie bestrijden maar slechts een heel klein deel doet hier ook echt iets aan.

Waarom heb je dit artikel gekozen en wat sprak jou aan?

Ik was erg benieuwd waarom schoolbesturen zo weinig aan segregatie doen. Ik ging er vanuit dat de meeste scholen hier veel aan wilde doen en vond de titel dus opvallend. Uiteindelijk bleek wel dat ze dit wel wíllen maar er weinig aan doén.

Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?

Ik vind het vreemd dat schoolbesturen het allemaal willen bestrijden maar dat er maar door zo weinig besturen ook daadwerkelijk iets mee gedaan wordt.

Stelling: Schoolbesturen moeten meer actie ondernemen in de strijd tegen segregatie.

Literatuurlijst:

Eikelenboom, K. (18 oktober 2011). Voorkom segregatie, zet jonge kinderen bij elkaar. Trouw. Geraadpleegd op 1 december 2011, op http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/2974122/2011/10/18/Voorkom-segregatie-zet-jonge-kinderen-bij-elkaar.dhtml

Hoofddoek mag weer bij vrouwenvoetbal. (29 oktober 2011). Geraadpleegd op 1 december 2011, op http://www.ad.nl/ad/nl/1001/AD-Sportwereld/article/detail/3001561/2011/10/29/Hoofddoek-mag-weer-bij-vrouwenvoetbal.dhtml

Langelaar, J. (26 november 2011). Zwarte Piet verbannen bij Sinterklaasfeest in Canada. Elsevier. Geraadpleegd op 1 december 2011, op http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Cultuur-Televisie/323428/Zwarte-Piet-verbannen-bij-Sinterklaasfeest-in-Canada.htm

Redactie. (13 oktober 2011). Schoolbesturen doen te weinig aan segregatie. Volkskrant. Geraadpleegd op 1 december 2011, op

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/2966102/2011/10/13/Schoolbesturen-doen-te-weinig-tegen-segregatie.dhtml

Redactie. (1 november 2011). Spreidingsbeleid basisscholen vooralsnog geen succes. Volkskrant. Geraadpleegd op 1 december 2011, op http://www.volkskrant.nl/vk/nl/5288/Onderwijs/article/detail/3008363/2011/11/01/Spreidingsbeleid-basisscholen-vooralsnog-geen-succes.dhtml

Toepassingskaart 6: Interculturele communicatie

Toepassingskaart 6: Interculturele communicatie

- Op welke momenten kan er een oudergesprek plaatsvinden?
De 10-minuten gespreken vinden drie keer in het jaar plaats, na elke rapport, met uitzondering van de laatste. Het komt ook voor dat ouders tussendoor nog een gesprek willen. In dit geval kunnen zij even binnenlopen om een afspraak te maken voor na schooltijd. Behalve deze gemaakte afspraken, kunnen ouders ook op het schoolplein komen met eventuele korte vragen. Eigenlijk heb je dus dagelijks te maken met oudergesprekken.

- Let u tijdens een gesprek met ouders op uw houding, de zitplaats etc.?
Tijdens een gesprek met de ouders ben ik mezelf zeker bewust van mijn houding. Zo heb ik geleerd dat wanneer ik met mijn armen over elkaar ga zitten, wat ik onbewust veel doe, een gesloten houding weergeef. Deze houding probeer ik tijdens gesprekken dus zo veel mogelijk te voorkomen. De gesprekken vinden vrijwel altijd plaats aan de tafels van de leerlingen. De ouders aan de ene kant, ik aan de andere kant. Zo kun je elkaar goed aankijken. Ik kies er bewust voor om niet achter mijn bureau te zitten, omdat ik vind dat dit meteen al een afstand schept tussen jou en de ouders. Dit wil ik graag voorkomen door aan de tafels van de leerlingen te gaan zitten. Verder houd ik zeker rekening met de mening van de ouders. Ik vind het belangrijk om te weten hoe zij over datgene dat besproken wordt denken, zo kan ik daar rekening mee houden.

- Hoe bereidt u zich voor op een gesprek met allochtone ouders?
Tijdens één van de eerste gesprekken vraag ik altijd eerst aan een collega waarbij het kind het jaar ervoor in de klas heeft gezeten, hoe de ouders zijn. Soms zijn het ouders die heel goed geïntegreerd zijn, de Nederlandse taal goed spreken en zich hebben aangepast aan deze cultuur. Maar er zitten ook ouders tussen die de Nederlandse taal bijna niet beheersen en die sterk vasthouden aan hun eigen cultuur. In dit laatste geval vraag ik meestal of er nog een collega bij het gesprek komt zitten. Tijdens zo’n gesprek vraag ik ook aan de ouders hoe hun cultuur eruit ziet, wat hun waarden en normen zijn. Wanneer ik dit weet kan ik daar rekening mee houden en de ouders ook beter begrijpen. Op het moment dat het Nederlands van de ouders echt te zwak is, probeer ik over te gaan op het Engels, om elkaar zo toch te kunnen verstaan.

- Toont u begrip voor de eventuele culturele verschillen tussen u en de ouders?
Ik toon zeker begrip voor de culturele verschillen. Zoals ik net ook al zei, vraag ik de ouders ook altijd naar hun waarden en normen. Ik probeer hen wel zo veel mogelijk te vertellen over hoe het onderwijs in Nederland gaat, zodat ze hier bekender mee worden. Ook laat ik hen weten dat wanneer ze er bijvoorbeeld voor kiezen om de verjaardag van hun kind niet te vieren in de klas, dat ik dit respecteer.

Toepassingskaart 7: De wereld door de ogen van...

Toepassingskaart 7: De wereld door de ogen van de Antilliaanse groep

Bekijk vanuit de ogen van een kind jouw toebedeelde bevolkingsgroep. Stel je voor dat dit kind in jou klas zit. Maak een verslag waarin je een beeld geeft van jouw leerling. Maak bij de keuze van jouw kind een betekenisvolle koppeling met jouw specialisatie jonge kind.

In je uitwerking kunnen de volgende vragen richting geven:

Wat komt hij tegen in onze basisschool, thuis, de wijk, enz.?

Ivaron komt in de basisschool tegen dat je niet altijd je zin kunt krijgen en je soms iets moet doen wat je niet leuk vindt om te doen. Ivaron heeft thuis alleen een moeder en een klein zusje en een grotere zus. Met zijn vader heeft hij bijna geen contact en dit vindt hij moeilijk.

Hoe gaat hij om met verschillen in opvoeding?

Bij hem thuis ziet hij verschil in opvoeding dat in hun cultuur normaal is. De jongens worden veel meer verwend en hebben minder verantwoordelijkheidsgevoel, terwijl de meisjes echt een diploma moeten halen en zichzelf maar financieel moeten redden als ze ouder zijn. In de klas zie je dit echt terug, want als hij bijv. niet in de bouwhoek mag dan wordt hij heel boos en zo is hij de rest van de dag verder. Als een volwassene iets aan hem vraagt dan doet hij het wel gelijk, terwijl sommige leeftijdsgenootjes echt een volwassene kunnen tegenspreken. Hij heeft thuis geleerd dat hij respect voor een volwassene moet hebben en dat doet hij ook.

Welke kansen heeft hij?

Ivaron gaat het straks wel moeilijk kregen na de basisschool, omdat hij achterloopt met taal en rekenen. Op de middelbare school wordt het moeilijker voor hem om de stof door zijn achterstand bij te houden waarschijnlijk.

Welke vormen van beeldvorming (bijv. vooroordelen m.b.t. bevolkingsgroep) kan hij tegenkomen?

Er zijn verschillende vooroordelen over zijn bevolkingsgroep:

· Dat jongens helemaal niks doen.

· Ze hebben allemaal slechte schoolpresentaties en gaat sneller zonder diploma van school af.

· Antilliaanse mensen gebruiken vaak drugs en er is veel geweld in hun cultuur.

Hoe kijkt Ivaron aan tegen zijn cultuur en/of levensbeschouwing op de ontwikkeling van jouw leerling?

Ivaron is erg verwend en dit zal ook altijd in zijn gedrag te zien zijn en is moeilijk af te leren, omdat het bij zijn cultuur hoort en thuis verwennen ze hem ook altijd. Hij zal het moeilijk kregen elke keer als hij iets niet mag of moet doen wat hij niet wilt. Hij gaat inzien dat school en thuis heel anders zijn en dat er andere regels gelden waar hij zich aan moet houden.

Hoe beleeft het kind zijn omgeving?

Ivaron vindt het heel moeilijk zonder vader, omdat hij vaak een tekening maakt met mama en papa waarmee hij iets leuks dan doet. Hij zegt altijd dat hij zou willen dat hij met papa naar de dierentuin samen met zijn moeder, zus en zusjes gaat. Andere kinderen worden ook wel eens door papa opgehaald en je ziet aan Ivaron dat hij dat ook wel graag zou willen.

Zoek vervolgens uit wat dit betekent voor jou als leerkracht! In je uitwerking kunnen de volgende vragen richting geven:

Welke mogelijkheden heb je en moet je zoeken om dit kind in zijn/haar ontwikkeling op verschillende gebieden te ondersteunen, zodat het zich adequaat kan ontwikkelen?

· De ouders moeten informatie krijgen over hoe ze de ontwikkeling van hun kind(eren) kunnen stimuleren, zoals boekjes voorlezen om de taalontwikkeling te stimuleren van hun kind(eren).

· De kinderen moeten op tijd extra hulp krijgen als in de kleutergroepen of zelfs daarvoor om de taal en rekenachterstand te verkleinen, zodat ze met het niveau van de groep met kunnen doen.

· Voor de kinderen moet het duidelijk zijn welke regels er gelden op school.

Hoe ga je om met discriminatie?

Je bespreekt in de klas dat iedereen gelijk is ongeacht hoe hij of zij eruit ziet. Als het voor is gekomen kan je een methode kiezen om de sociale emotionele ontwikkeling te stimuleren, zodat de klas hier meer over leert en te weten komt dat het niet hoort.

Welke rol spelen de ouders?

De ouders spelen een grote rol in de ontwikkeling van hun kinderen. Deze kunnen ze al vroeg stimuleren doormiddel van ontwikkelingsstimuleringsprogramma’s. In deze programma’s kunnen ze op verschillende leeftijden met hun kind en medewerker die de taal van de ouders spreken aan de ontwikkeling van de het kind kunnen werken.

Wat heb je nodig om je werk goed te kunnen doen? Wat kan de school voor jou betekenen? Wat kan de overheid voor jou betekenen?

· Een remedial teaching leerkracht is nodig. Die met deze kinderen kunnen oefenen om hun taal en rekenpresentatie op te hogen, zodat ze beter met de groep mee kunnen komen en betere prestaties gaan halen op deze gebieden.

· De school moet duidelijke regels opstellen welke regels zijn van toepassing op de hele school en de groepsleerkrachten moeten regels opstellen welke gelden in de klas en waar leerlingen zich aan moeten houden.

· Ouders moeten geïnformeerd worden hoe ze de ontwikkeling van hun kinderen kunnen stimuleren. Wat voor spelletjes etc. kunnen ze samen met hun kind(eren) doen.

Toepassingskaart 8: Nederlands als tweede taal

Toepassingskaart 8 – Nederlands als tweede taal: woordenschatdidactiek.

Prentenboek dat centraal staat in de lessenserie: Kikker in de kou.

Motiveer de keuze voor dit prentenboek: ik heb dit prentenboek gekozen omdat ik vind dat er veel woorden in staan waarmee de woordenschat van de leerlingen erg uitgebreid wordt. Ook heeft het veel te maken met de tijd van het jaar, het sluit mooi aan bij het thema winter.

Ik heb ervoor gekozen om de volgende woorden aan bod te laten komen tijdens de lessen :

Schaatsen

De schaats

Geschrokken

Bevroren

Glijden

Het ijs

De vacht

Beweging

De kachel

De sneeuwvlokken

Languit

Zielig

De soep

Tevreden

De trui

Omdoen(sjaal)

Aandoen(wanten)

De kou

De sneeuwbal

(de) Kachel

De drie lessen waarbij het prentenboek centraal staat:

Ø Eerst het prentenboek introduceren. Waar zal het over gaan? Dan de leerlingen zelf het verhaal laten vertellen door de plaatjes van het boek te laten zien.

Bij deze twee opvattingen over het aanbieden van prentenboeken in relatie tot taalachterstanden, kunnen enkele aantekeningen worden gemaakt. Als een leerkracht een prentenboek wil gebruiken om de taalontwikkeling van kinderen te bevorderen (en dat is in de meeste gevallen zo) zal zij er voor kiezen om het niet één keer, maar meerdere keren aan te bieden. De eerste keer zal ze het introduceren met behulp van voorwerpen of met behulp van een gesprekje en -bij taalzwakke kinderen- het verhaal in haar eigen woorden vertellen. De volgende keren zal ze steeds meer overgaan op het letterlijk voorlezen van de tekst.

Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de ervaring van leerkrachten dat de taal in prentenboeken soms erg moeilijk is. Dat is vooral het geval met vertaalde prentenboeken, zoals die van Lucy Cousins, maar soms ook met Nederlandstalige prentenboeken, zoals die van Max Velthuijs of van Hans de Beer. Mogelijk is het hier dus niet òf òf (òf een eigen variant, òf de taal uit het prentenboek), maar èn èn.

Ø De keer daarna het prentenboek voorlezen. Hierbij ook te ‘moeilijke’ woorden gebruiken, zodat ze deze juist horen.

Hoe bied je een prentenboek aan aan kinderen met een taalachterstand? Uit onderzoek is gebleken dat de woordenschat van kinderen vooral wordt vergroot door het daadwerkelijk aanbieden van de taal uit het boek en niet door die taal te vereenvoudigen of door gebruik te maken van allerlei voorwerpen of andere introductiematerialen om jonge kinderen te interesseren voor een boek (Bus en De Jong, 2007).

Het is zinvol bij de prentenboeken verwerkingsmaterialen te maken of te zoeken (kleurplaten, memory etc.)

http://www.slo.nl/primair/leergebieden/ned/taalsite/lexicon/00401/

Ø Bij het boek kun je woordkaartjes maken met onderstaande woorden. Deze kun je op een kaartje plakken met een afbeelding erbij.

Schaatsen

De schaats

Geschrokken

Bevroren

Glijden

Het ijs

De vacht

Beweging

De kachel

De sneeuwvlokken

Languit

Zielig

De soep

Tevreden

De trui

Omdoen(sjaal)

Aandoen(wanten)

De kou

De sneeuwbal

(de) Kachel

Ø Met deze plaatjes die je dan voor elk woord gebruikt kun je ook een memorie maken.

Een voorbeeld van deze plaatjes vind je hierachter.

Ø Een andere les die bij dit prentenboek kan worden gedaan is aan de hand van DGM vragen(Denkstimulerende Gespreksmethodiek). Uitleg hierover is hierachter te vinden, evenals de DGM vragen bij dit prentenboek.

Deze les is gedaan met de leerlingen van groep 2, verslag van de observatie heb ik op papier. Zal ik dit in uw postvak doen of is dit niet nodig?

dit is een voorbeeld van een plaatje om te gebruiken voor memory of als woordenschat kaartje.

Uitleg DGM vragen

Hier zie je de DGM vragen bij dit thema.


Toepassingskaart 9: Rekenen

Toepassingskaart 9 – Rekenen vanuit een ander perspectief.

A) Op de voorkant is een donker meisje te zien. Dit is overigens de enige foto die ik kan vinden maar er is dus wel een gekleurd iemand te zien.

Verder is er weinig over te zeggen. Één omdat het een kleutermethode is waarbij het veel klassikale lessen zijn(en ik dus naar de handleiding heb gekeken), maar twee omdat het niet een methode is speciaal voor stadsscholen.

Er zijn 9 lessen die gaan over tijd. De eerste gaat over flesjes, potjes en zakjes tijd. Hierbij gaat het niet over dagindeling of seizoensbeleving o.i.d. Daarna is er een les over de schaduwklok. Hierbij geldt hetzelfde. De derde les gaat over een ritme, dit gaat dus wel over de dagindeling: wat doen we zoal op een dag en hoe helpt de klok ons hierbij? De vierde les gaat over groeitijd. Vragen bij deze les gaan over bloemen in Nederland. Hoe kan het dat deze in NL groeien, hoe ontstaan ze etc. Kenmerk hierbij is natuurlijk wel Nederland al bloemenland zeg maar. Les vijf gaat over oei ik groei. Hier gaat het wel over verschillen tussen kinderen en hierbij kun je dus andere verschillen als huidskleur laten benoemen/aan bod laten komen. Les zes gaat over kleiner, groter, jonger, ouder etc. hier kun je niet zoveel mee(wat betreft multicultureel aanpassen). Ook les zeven en acht kun je hier niet op aanpassen. Les negen gaat over seizoenen, dus de seizoenen die wij hier hebben. Hierbij zou je rekening moeten houden met het feit dat dit voor sommige kinderen misschien niet zo logisch is als jij denkt.

Kerstfeest is het enige feest dat in de methode voorkomt. Deze les kun je bijvoorbeeld niet geven of je kunt hem aanpassen. Dit ligt er helemaal aan welke geloven etc er in je klas voorkomen.

B) …?... Dit is een beetje overbodig aangezien het geen stadsschool is. Wel passen we de lessen natuurlijk aan naar het taalbegrip van de kinderen op deze school. Omdat het klassikale lessen zijn pas je bijvoorbeeld je vraagstelling iets aan. Of je maakt het zoveel mogelijk visueel, dit is voor deze klas erg belangrijk! Een vraag als: hoe begin je een heel chique brief? Zou je dan stellen als: hoe begin je een hele mooie, nette brief? Maar dit is maar net wat je er zelf van wilt maken.

C) Ik heb geen specifieke rekenlessen gegeven bij de kleuters. Hierbij kan ik dus niks analyseren. Bovendien pak ik mijn lessen niet multicultureel aan, want ik loop geen stage op een stadsschool.

D) Ik heb een aantal rekenzwakke kinderen in de klas. Deels komt dit door hun leeftijd(één van hen moet bijvoorbeeld zelfs nog 4 wórden!

Één van hen kan bijvoorbeeld nog maar tot 3 tellen, hierna doet hij het door elkaar. Hij kent ook nog geen rangtelwoorden en vindt zwaar, licht, even zwaar erg moeilijk. Waarschijnlijk komt dit door zijn wat lage IQ.

Een ander is dus gewoon nog erg jong, de vraag is hierbij of ze echt rekenzwak is of dat dit met haar leeftijd te maken heeft.

Weer een ander kan ook nog maar tot 3 tellen en doet dit verder willekeurig. Zij raakt het bijvoorbeeld weer wel synchroon aan. Ook bij haar is het nog de vraag waar het in zit.

Tot slot nog een meisje die ook maar tot 4 komt met tellen. Hierbij is ook nog de vraag waar het in zit. Begrippen als veel/weinig, groot/klein, lang/kort kent zij wel.

vrijdag 27 januari 2012

Gastcollege

25 januari 2012
Vandaag kwam de heer Marcouch bij ons om een lezing te geven. Ik vond het heel interessant hoe hij vertelde over zijn eigen jeugd en wat zijn basisschoolleerkracht voor hem heeft betekent toen hij als Marokkaans jongetje naar Nederland kwam. Het bevestigde voor mij maar weer eens wat de invloed is van een leerkacht op een kind. Je hebt als leerkracht een grote verantwoordelijkheid in de jeugd van het kind en ik denk dat jij je dat goed moet beseffen als je aan dit beroep begint. En dat heeft de heer Marcouch voor mij nogmaals bevestigd.

Kleur 5: Presentaties

25 januari 2012

Vandaag hadden we de presentaties van het thema kleur. Deze gingen over de hoofdstukken uit het boek: van alles wat meenemen.
Ik heb veel van deze presentaties geleerd. Er werd gelijk een soort goede samenvatting van elk hoofdstuk gegeven(die we ook nog opgestuurd krijgen) en het was nuttige informatie.

Astrid was afwezig tijdens deze les waardoor wij elkaar moesten beoordelen. Ik vond dat dit goed ging, alleen de tijdsplanning is iets om goed in de gaten te houden.